INTERVIEW


'Ik ben echt een

patiëntendokter'

Al vijftien jaar is Kees Brinkman bijzonder hoogleraar Interne Geneeskunde in OLVG met als aandachtsgebied kwaliteit van hiv-zorg. Hoewel de focus binnen dit werkveld enorm is veranderd, valt er op bepaalde terreinen nog wel wat te winnen.

Judith Vocking

Hoe is je benoeming vijftien jaar geleden gegaan? ‘Hoogleraar worden was nooit mijn primaire ambitie, het werd me min of meer in de schoot geworpen. In die tijd werd OLVG een Teaching Hospital bij het AMC. Iedere vakgroep mocht iemand naar voren schuiven die professorabel was en dat gebeurde met mij. Ik had in de periode daarvoor internationaal naam gemaakt op het gebied van hiv/aids. Een theorie die ik had voorgesteld waarom mensen hun vet kwijtraakten als bijwerking van bepaalde hiv-remmers, bleek te kloppen. Ik stelde me kritisch op tegen het gebruik van dit middel en dat deed het goed op congressen en symposia. Overigens nam niet iedereen me dat in dank af, maar inmiddels wordt het nergens meer voorgeschreven en ik heb mijn sporen ermee verdiend.’

Hoe was het om in de jaren tachtig en negentig als arts middenin de hiv- en aidspandemie te staan? ‘Vrijwel mijn hele opleiding en ook tijdens mijn jaren als arts-assistent, ben ik geconfronteerd met leeftijdsgenoten die doodgingen aan deze ziekte. Er was geen programmaboekje waarin stond hoe ik hen moest begeleiden. Ik heb daar zelf keuzes in gemaakt die mij als arts hebben gevormd. En toen kwam er in 1996 een behandeling en bleven mensen opeens leven.

Ik heb nu nog patiënten uit de periode voor 1996 die al hun vrienden hebben zien overlijden en dachten ook zelf dood te gaan. Dat levert ingewikkelde psychische beelden op. Sommigen hebben een soort Stockholm-syndroom dat voor jonge mensen haast niet te bevatten is.’

Het moet wel bijzonder zijn geweest om al die medische ontwikkelingen van dichtbij mee te maken. ‘Het onderzoek naar hiv heeft een enorme spin off gehad op de gehele geneeskunde. In korte tijd is er veel ontdekt, wat natuurlijk ook te maken heeft met de investeringen die zijn gedaan. We hebben veel geleerd over de werking van het immuunsysteem. Er werd ontdekt hoe je DNA en RNA kunt isoleren en kwantificeren. En er is een methode ontwikkeld om de viral load in het bloed te meten. Technieken die nu heel vanzelfsprekend zijn.

Waar ligt de focus nu op in OLVG? ‘Hiv is een ‘makkelijke’ ziekte geworden. Met een pilletje per dag kun je een heel normaal leven leiden. Daardoor zijn er veel dokters in bijvoorbeeld de academie afgehaakt. Wij richten ons al jaren op goede patiëntenzorg en ik denk dat we dat goed doen. We zijn de grootste hiv-kliniek in Nederland en dat is echt niet alleen omdat we middenin Amsterdam zitten.

We hebben protocollen ontwikkeld waar we ons met z’n allen aan houden. We evalueren onze zorgprocessen, zodat we inzichtelijk hebben wat we goed doen en waarop we kunnen verbeteren. Daarnaast zorgen we ervoor dat we altijd up to date zijn. Door nieuwe ontwikkelingen op het juiste moment toe te passen, wordt je reputatie snel bekend.’

Wat is jouw rol als hoogleraar? ‘Het hoogleraarschap rust op drie pijlers: onderzoek, onderwijs en zorg. Voor mij ligt de focus op onderwijs en goede zorg verlenen. En als daar dan af en toe onderzoek uit voortkomt, is dat mooi meegenomen. Maar eerlijk gezegd vind ik die combinatie best ingewikkeld. Je kunt niet zeggen: we doen even wat minder zorg en gaan ons op onderzoek concentreren. Dat gaat mijns inziens ten koste van de zorg. Tegelijkertijd zijn we een topklinisch ziekenhuis en daar hoort ook onderzoek bij. Voor mij persoonlijk geldt dat als ik moet kiezen tussen een zieke patiënt of twee studenten die op me wachten omdat ik een project met ze moet bespreken, ik voor die patiënt kies. Uiteindelijk ben ik echt een patiëntendokter.’

Maar er lopen wel onderzoeken? ‘Jazeker. Ik begeleid veel studenten bij het doen van onderzoek en dat heeft al best wat succesvolle trajecten opgeleverd. We kijken onder andere hoe we de hiv-zorg efficiënter kunnen maken. Per jaar doen wij 6.000 tot 7.000 consulten op onze hiv-poli. Het risico is dat je dan onvoldoende ruimte overhoudt om ook andere zorg te leveren. Door eHealth in te zetten, kunnen we mensen op afstand in zorg houden en belasten we de poli minder. Mijn collega Guido van den Berk onderzoekt of dit bijdraagt aan goede zorg. Verder zijn we momenteel bezig met een onderzoek onder hiv-patiënten naar de werkzaamheid van de COVID-vaccinatie. Het is namelijk niet bekend of dit vaccin ook helpt bij mensen met een immuunstoornis. Voor dit onderzoeksvoorstel hebben we een ZonMw-subsidie gekregen. Van de 24 hiv-centra in Nederland doen er 22 mee en wij zijn de centrale coördinator.’

Hoe is de samenwerking met het AUMC? ‘Ik zit in onderzoeksgroepen, we leveren veel patiënten aan voor studies en ik ben betrokken bij promoties, dus ik vervul mijn academische taak. Maar ik zit niet regelmatig in het AUMC om daar ook projecten aan te sturen. Dat wil ik ook niet. Ik heb me als OLVG-dokter ontwikkeld en in OLVG ligt mijn kracht.’

Heb je nog specifieke plannen voor de komende jaren? ‘De grootste uitdaging op dit moment is dat mensen met hiv nog steeds gestigmatiseerd worden. Schokkend is dat dat heel veel in de zorg gebeurt. Een van mijn patiënten, die een onderzoek kreeg in verband met pijn op de borst, vertelde bijvoorbeeld dat de ene verpleegkundige tegen de ander zei: “Doe bij deze meneer maar dubbele handschoenen aan, want hij heeft hiv.” Daaruit blijkt dat men totaal geen kennis van zaken heeft en iemand wordt ook nog eens in een hoekje gezet, dus ook in OLVG. De komende jaren wil ik me bezighouden met bewustwording op dit gebied. Dat wordt wel een lastig traject, omdat het voor zorgverleners geen prioriteit heeft. Maar het is enorm belangrijk en niet alleen voor hiv-patiënten.

Het gaat erom dat zorgverleners zich leren verplaatsen in hun patiënten. Bepaalde opmerkingen of gedragingen kunnen onbedoeld heel kwetsend zijn. Met verpleegkundig specialisten zetten we momenteel een leercyclus op die we als pilot gaan testen op de afdeling waar hiv-patiënten worden opgenomen. Het zou mooi zijn als daar uiteindelijk een onderwijsmodule uit voortkomt.’

Op de lauweren rusten is er dus voorlopig nog niet bij? ‘Het geeft me energie om met nieuwe projecten bezig te zijn, maar de vraag wanneer ik ga stoppen, houdt me toch ook steeds meer bezig. Als je maar projecten naar je toe blijft trekken, heb je ook verantwoordelijkheden. Dus in hetzelfde tempo doorgaan tot mijn pensioen over een jaar of zes/zeven? Dat denk ik niet. Ik moet langzaamaan gaan overdragen aan mijn jongere collega’s. En dat geldt ook voor mijn 800 patiënten, met wie ik soms een speciale band heb. Die kan ik niet van vandaag op morgen gedag zeggen.’

Op de hoogte blijven van het laatste

nieuws van Wetenschap@OLVG?

Deel dit artikel in je netwerk